G e n d e r s t i c h t i n g

Groter Lettertype

A+ | A- | Reset

Fotogalerij

chatten en e- mailen

chat - en
e-mailaanbod

Tips bij journalistiek

leidraad
voor journalisten

genderdiversiteit PDF Afdrukken E-mail
Wednesday, 25 April 2007


In 1923 wordt voor het eerst de term transseksueel geïntroduceerd door Hirschfeld. Hij maakt hierbij echter nog geen onderscheid tussen travestie, feminiene homoseksualiteit en transseksualiteit. Slechts in de late jaren 40 krijgt de term de betekenis zoals die nu nog steeds wordt gebruikt: om personen aan te duiden die permanent wensen te leven (of leven) in de sociale rol van het tegenovergestelde geslacht en een geslachtsoperatie wensen te ondergaan. In 1973 wordt door Fisk de term genderdysforie voorgesteld. Deze term behelst zowel transseksualiteit als andere genderidentiteitstoornissen. De term slaat op het gevoel van onbehagen dat voortkomt uit het conflict tussen de ervaren genderidentiteit en het lichamelijk geslacht. In het psychiatrische classificatiesysteem DSM (diagnostic and statistic manual of mental diseases) wordt transseksualiteit als aparte diagnose voor het eerst opgenomen in 1980 (versie III). In de DSM IV van 1994 wordt transseksualiteit niet meer vermeld, maar spreekt men voortaan van genderidentiteitstoornissen als omvattende categorie om verschillende niveaus van problematische beleving van genderidentiteit mee aan te duiden. Tussen de publicaties van de DSM III en de DSM IV maakte de term transgenderisme en transgenderist opgang. De term werd voorgesteld om diegenen aan te duiden die een genderidentiteit, een genderrol en/of seksuele oriëntatie aannemen tussen de seksetypische heteroseksuele man of vrouw in. De term transgender als overkoepelende term voor alle variaties van genderdysforie wordt nu ook gebruikt door transseksuele personen. ‘In deze term wordt niet verwezen naar een probleem of stoornis, om stigmatisatie of medicalisering van de conditie te vermijden.’ (Cohen-Kettenis & Pfäfflin 2003).

Fa'Fafine - SamoaVerwijzend naar de geschiedenis (bijv. de Zuni-Indianen) en/of andere culturen (bijv. de Fa’fafine op Samoa of de Hijra in India), waar een minder strikte opdeling wordt gemaakt tussen man en vrouw, of waar men spreekt over een derde sekse, pleiten sommigen ervoor om de term genderidentiteitsstoornis te vervangen door een term als genderdiversiteit. Hiermee wil men aangeven dat de indeling van de seksen, maar vooral ook de gender in 2 categorieën te beperkt is. Het is een pleidooi voor de verruiming van ons denken, weg van stereotyperingen als man of vrouw een streven naar diversiteit binnen het menselijke zijn, met respect voor ieders eigenheid. De grenzen van sekse en gender vervagen daardoor, wat van de norm afwijkt hoeft dan niet meer als stoornis bestempeld te worden. De norm wordt immers verbreed. Spreken over genderdiversiteit is dan correcter.

In het licht hiervan gaan dan ook stemmen op om meteen ook de wettelijke sekseregistratie als man of vrouw af te schaffen. Die zou immers nog weinig zin hebben. De sekseregistratie kwam er vooral onder impuls van Napoleon, die had jonge rekruten nodig om te dienen in zijn leger. Ze moesten van de mannelijke kunne zijn. Volgens Rechter van der Reyt (in Tim De Jong, 1999) heeft de registratie van de sekse zijn laatste juridische waarde verloren. Hoewel hij echter vreest dat de wereld hier nu nog niet aan toe is - het denken in termen van man en vrouw zit er nog teveel ingebakken - verwacht hij dat dit onderscheid op den duur minder belangrijk wordt.